De collectie van Els Verhaak

en er is veel meer

maandag 29 oktober 2018
t/m
vrijdag 11 januari 2019

Sociëteit

Opening:
maandag 29 oktober 2018 17:30u
Openingstijden: maandag t/m vrijdag 12:00 - 18:00u

Het grootste deel van de collectie waar Els Verhaak over waakt staat in de openbare ruimte: werk van haar vader, beeldhouwer Frans Verhaak (1918-1998).
Hij is na de jaren ’70 steeds meer gaan schilderen. Te veel om thuis op te hangen; een vreugdevol moment om nu een selectie in Arti te zien.

Haar eerste aankoop is een gouache van haar vader. De laatste is toevallig van Marc Ruijgrok, kleinzoon van Albert Termote (1887-1978), bij wie Verhaak in de leer is geweest en over wie hij altijd sprak als “een aimabele man”.
Haar voorkeur heeft kunst met een zekere verstilling. Els en haar partner Maarten Israel hebben een aantal werken van Hans Landsaat.

Verder is er werk van Henri Plaat, Pierre Jacquelin, Henk Tichelaar, Marc Nagtzaam, Yvonne Metzemaekers en van broer Maarten Verhaak (1953-2016).

Curator: Harald Schole

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Openingswoord Harald Schole
29 oktober 2018 Mijn Collectie, Els Verhaak

Beste Els, Maarten, familie Verhaak, collega’s, vrienden van Arti,

De wanden van de sociëteit zijn gevuld. Veel werk is van Frans Verhaak, beeldhouwer, schilder en vader van Els. De kunstwerk zijn soms 30 jaar oud. En dan rijst onder hitsige kunstbeleidmakers en curatoren ‘is dat niet te oud?’.
Hoort kunst niet een afspiegeling van de maatschappij te zijn? Onze maatschappij, ons beeld van de maatschappij? Dat kan en is zeker geoorloofd.
Die stelling roept een wedervraag op, wanneer kunst je de spiegel voorhoudt, dan heb je die zelf in de hand. Dan bepaal je, wellicht ongewild, zelf wat je wilt zien en waar je liever de ogen voor sluit.
Is dat dan nog kunst die verrast en de oogkleppen wegneemt?

Oudere kunst verhoudt zich tot het heden, kan als ‘ eminence grise ‘ een richting aanduiden. Het kan de vraag stellen: hoe zit het ook al weer?
Vaak komen die vragen in golfbewegingen ook in de kunst terug. Net wat anders uitgebeeld, met andere materialen, met een nieuw kleurpallet.
Er zijn tegenwoordig remakes van performances, die 30 jaar geleden opzien baarden.
Frans Verhaak zocht een balans tussen eenvoud en beweging. Vooruitgang, zonder het menselijke te verliezen. Dat lijkt mij een universele en immer actuele vraag. Die zoektocht zien we hier.
Er is werk van meer kunstenaars te zien, o.a. van Maarten Verhaak, Hans Landsaat, Henri Plaat, Yvonne Metzemakers en Marc Ruygrok.
En we zien een heleboel niet.
Het ruimtelijke werk, de beelden. Ik ben vooral geïnteresseerd in de ruimtelijke kunsten, de beeldhouwkunst en maak zelf sculpturen en installaties.
Het is niet mogelijk om die hier te tonen. Arti staat alleen toe dat voor feestjes er tijdelijk een installatie wordt opgebouwd, maar moet daarna weer over aan de orde van de dag.
Misschien dat de film- en rookruimte voor ruimtelijk werk in de toekomst geschikt gemaakt kan worden.
Voor de beelden van Frans Verhaak moeten we het land in of de website kijken.
Ik moet bekennen dat bij mijn eerste kennismaking met Els, ik het werk van Frans Verhaak niet kende en heb in mijn bibliotheek gezocht. In het boek ‘Beeldhouwkunst van deze eeuw, De schoonheid van ons land’ uit 1955 van professor A.M. Hammacher (geboren in 1897 en overleden in 2002), directeur van het Rijksmuseum Kröller-Müller – zijn visie kan op drie eeuwen van toepassing zijn ! – kwam ik een beschrijving tegen. Daar sluit ik mee af, let op de actualiteit van de prijsvraag waar Verhaak aan deelnam en ik wil graag Ed en Mirjam, de Arti-medewerkers, bijzonder bedanken voor hun bijdrage aan deze tentoonstelling.

VERHAAK, Fr.M., geb. 1918 te Dordrecht en werkzaam te Breda; vorming: één jaar helper bij Termote; werkt in natuursteen, beton, gips en klei (voor brons). Vrije plastieken: kleine Anna te Drieën (brons), Piëta (brons) begraafplaats Leiden. Verhaak kreeg derde prijs voor kruisbeeld (comitë 100 jaar Kromstaf) en de derde prijs Beneluxlanden voor ontwerp ‘Onbekende politieke gevangene’. Signeert voluit.

Harald Schole