Arti's oorlogsverleden

Over U zult begrijpen dat…

Op 22 september 1941 schreef de secretaris van Arti et Amicitiae een brief. Met de woorden ‘U zult begrijpen dat’ werd de mededeling ingeleid dat Joodse leden niet meer welkom waren op de algemene ledenvergadering en ook niet meer mochten meedoen aan de tentoonstellingen. Dit ongepaste beroep op het begrip van een Joods kunstenaarslid is kenmerkend voor de wijze waarop Arti et Amicitiae zich afkeerde van haar bedreigde leden. In hetzelfde jaar vroeg Arti et Amicitiae al haar leden een ariërverklaring te tekenen om zich te kunnen inschrijven bij de Kultuurkamer. Wie geen ariërverklaring kon of wilde ondertekenen, mocht geen lid meer zijn van de vereniging en ook niet meer werkzaam zijn als kunstenaar, waardoor zij geen bron van inkomsten meer hadden. Vijftien Joodse kunstenaars werden uit de vereniging gezet of zegden hun lidmaatschap op. De meeste van hen werden naar kampen gedeporteerd en vermoord. Ook na de oorlog lijkt er geen ruimte voor schuldbesef of kritische zelfreflectie. Tijdens de Algemeene Ledenvergadering van 30 april 1946 werd een motie aangenomen waarin de leden bekend maakten “dat zij volkomen accoord gaan met de houding door het oude bestuur aangenomen gedurende de Bezetting”. In 1947 organiseerde Arti et Amicitiae een in memoriam tentoonstelling. In de catalogus lezen we dat het een eerbetoon betrof “aan die leden onzer Maatschappij, die gedurende den j.l. wereldoorlog in Duitsche of Japansche handen op zoo jammerlijke wijze het leven lieten”. Geen woord over de eigen rol van Arti tijdens de oorlogsjaren.

U kunt hier meer lezen over de keuzes die tijdens en vlak na de Tweede Wereldoorlog door het bestuur en de leden gemaakt zijn. Over de In Memoriam tentoonstelling georganiseerd door Arti in 1947, en de deelnemende en niet-deelnemende kunstenaars aan deze tentoonstelling. Ook vindt u hier vanaf augustus 2022 informatie over de tentoonstelling U zult begrijpen dat, … De keuzes van Arti et Amicitiae in en na WO2, die op 2 september 2022 zal openen in de zalen van Arti et Amicitiae.

Tachtig jaar na de uitschrijving van de Joodse kunstenaarsleden, organiseert Arti et Amicitiae een tentoonstelling waarin wordt gereflecteerd op dit verleden. De In Memoriam tentoonstelling uit 1947 is het uitgangspunt en zal worden gereconstrueerd. Deze tentoonstelling biedt mogelijkheden om te onderzoeken hoe de vereniging omging met in- en uitsluiting; hoe zij omging met haar bedreigde leden en de nagedachtenis aan deze leden; hoe de vereniging zichzelf zag en profileerde; en hoe daar door anderen over werd gedacht. Het bestuur ziet de tentoonstelling ‘U zult begrijpen dat’ als een begin. Het onderzoek, het symposium en de tentoonstelling zullen veel losmaken en kunnen fungeren als startmotor voor een langer traject, waarbij er ruimte is voor iedereen die zich betrokken voelt. Arti zal de komende tijd in alle openheid en openbaarheid onderzoek doen naar en reflecteren op de beslissingen die zijn genomen tijdens en na de oorlogsjaren. Arti wil de verantwoordelijkheid nemen voor (de consequenties van) deze beslissingen en relaties leggen met onze houding vandaag de dag.

Samen met kunstenaar Marieke van Diemen wordt er gewerkt aan een reconstructie als kunstwerk, waar ruimte is voor de schilderijen en tekeningen die in 1947 tentoongesteld werden, maar ook voor de ‘lege plekken’ die de verdwenen of onvindbare werken achter hebben gelaten. Daarnaast is het gehele oorlogsarchief van Arti aanwezig in de tentoonstelling en is er veel aandacht voor de kunstenaars, hun leven en werk. Ook de krantenartikelen uit 1947 spelen een hoofdrol in de tentoonstelling. Tijdens de tentoonstelling is er een meerdaags symposium, waarin opnieuw ruimte is voor kritische reflectie. De tentoonstelling zal plaatsvinden van 2 september 2022 tot 2 oktober 2022.

In Memoriam tentoonstelling, 1947

In 1947 organiseerde Arti de tentoonstelling In Memoriam, met werken van in de Tweede Wereldoorlog omgekomen en vermoorde kunstenaars. Er was werk te zien van de Joodse kunstenaars Maria Boas-Zélander, Max van Dam, Marianne Franken, Salomon Garf, Hendrika van Gelder, Felix Hess, Baruch Lopes de Leão Laguna, Marinus van Raalte, Mommie Schwarz en van de niet-Joodse kunstenaars Louis van der Noordaa en Johan Gabriëlse, beiden geïnterneerd in Japanse burgerkampen en omgekomen in Indonesië. Een krappe zes jaar nadat Arti haar eigen Joodse leden uit de vereniging had gezet, herdacht zij diezelfde kunstenaars met een tentoonstelling.
Het bestuur en de Commissie van Beheer over de Kunstzalen hebben hun best gedaan om het werk van de Joodse kunstenaar Mozes Cohen en de verzetsstrijder Gerrit van der Veen in bruikleen te krijgen, maar dit werd geweigerd door de weduwen. Ook het werk van de Joodse kunstenaars Jaap Kaas, David Schulman en Jo Spier werd niet getoond, omdat zij de oorlog hadden overleefd. Werken van Martin Monnickendam, die vlak voor zijn deportatie overleed in Amsterdam, en van de eveneens Joodse Charlotte Boom-Pothuis, ook in Amsterdam overleden in 1945, werden niet opgenomen in de tentoonstelling. We weten niet waarom deze keuzes zijn gemaakt. We weten wel dat door Joodse en niet Joodse kunstenaars op te nemen in de tentoonstelling van 1947, de interne discussie over het uitstoten van de Joodse kunstenaars uit de weg werd gegaan.

De pers legde de vinger op de zere plek. Met krantenkoppen als: ‘Onbescheiden gesol’, ‘Het lid op de neus van Arti’, ‘Late smart’, en ‘Te laat’, beschreven journalisten dat Arti het eigen wangedrag in de oorlog bagatelliseerde en geen blijk gaf van enige vorm van schuldbesef of gewetenswroeging.

Bijlage: scans van het In Memoriam tentoonstellingscatalogus
Bijlage: scan van een krantenartikel

Projectteam

Een team van gepassioneerde medewerkers onderzoekt het oorlogsverleden van Arti et Amicitiae en ontwikkelt tegelijkertijd een tentoonstelling en een symposium. De tentoonstelling zal te zien zijn in de zalen van Arti van 2 september tot en met 2 oktober 2022.

  • Marjoca de Greef: curator en conceptontwikkeling
  • Marieke van Diemen: kunstenaar en conceptontwikkeling
  • Johanna Somers: zakelijke leiding
  • Eliza van Walraven: co-curator en historisch onderzoek
  • Lucie van Hulst: co-curator en historisch onderzoek
  • Niki de Horde: stagiair onderzoek
  • Jante van der Naaten: stagiair onderzoek
  • Mirjam Taverdin: marketing en communicatie
  • Marjo Boeijen: tentoonstellingscoördinatie
  • Karel Oosting: typografie tentoonstelling en design catalogus
  • Katja Vercouteren: design communicatie
  • Oscar Klok: technische ondersteuning tentoostelling